5 opruimstappen die écht helpen

Opruimen. Sinds de Japanse goeroe Marie Kondo een paar jaar geleden haar opwachting maakte lijkt het tot een ware kunst verheven. Een nieuwe wetenschap. Iets waar je op moet studeren. Anders is het misschien wel dweilen met de kraan open. En ja, dan kun je het natuurlijk net zo goed niet doen. Er is maar weinig dat zo vaak tot uitstelgedrag leidt als opruimen.

Omdat we het wel heel graag willen, hebben we massaal Marie Kondo’s boek Opruimen! in huis gehaald, en misschien zelfs het vervolg Spark Joy. Je weet wel, dat je alleen spullen in huis mag hebben waar je vrolijk van wordt. In het beste geval hebben we ze gelezen en het zelfs een keer uitgeprobeerd, in het slechtste geval staren ze ons al een hele tijd verwijtend aan vanuit die nog steeds niet opgeruimde boekenkast.

Geen hogere wiskunde

Goed nieuws: hoewel Marie Kondo’s methode absoluut kan helpen, is opruimen in de meeste gevallen geen kwestie van al haar rigoureuze regels 24/7 in de praktijk brengen. En vinden dat je faalt als dat niet lukt. Het is allemaal geen hogere wiskunde: opruimen is in het dagelijks leven in de eerste plaats een kwestie van gewoon doen en zorgen dat rondslingerende spullen (weer) op hun vaste plek terechtkomen. Hoe moeilijk kan het zijn?

En het beste nieuws is: als je eenmaal begonnen bent, ontstaat er als vanzelf ruimte in je hoofd om door te pakken. Rommel is vastzittende energie, die loskomt als je opruimt. Dat is niet alleen fijn voor je huis, maar voor je algehele gemoedstoestand.

Stap 1: begin ergens

Je uitgebreid geestelijk voorbereiden op een opruimsessie is nergens voor nodig. Begin met wat je op dit moment het ergst stoort. Nu. Dat keukenlaatje, die stapels op de eettafel, de zithoek vol kranten en tijdschriften, die twee uitpuilende planken in je kledingkast, maakt niet uit wat, maar doe iets! Gewoon beginnen verandert je mindset en je zult zien dat van het een vanzelf het ander komt. Als je wacht tot je de perfecte aanpak hebt bedacht, gebeurt er niks. Gebruik je gezonde verstand, dat is genoeg.

Nú doen: een rondje door je huis maken en alle plastic tasjes meenemen die je tegenkomt. Ze behoren serieus tot de hoogste categorie onruststokers in ieder huishouden en bovendien is het geen gezicht.

Stap 2: het kan altijd

Om op te ruimen hoef je geen vrije dag(en) te nemen. Je kunt het namelijk altijd doen, veel klusjes duren namelijk niet langer dan een paar minuten. Ontdoe dat keukenlaatje van overtolligs terwijl je wacht tot het water voor de pasta kookt. Of sorteer je plastic opbergbakjes. Als je dat met aandacht doet, werkt het als mindfulness.

Nú doen: breng iedere ruimte terug tot ‘ready’. Het is een bekend gegeven: rommel veroorzaakt stress, orde het tegenovergestelde. Meer dan drie minuten per ruimte hoeft dit niet te kosten. Even de vuile vaat wegwerken, je kleding weer opvouwen en in de kast leggen, gebruikte handdoeken ophangen, kranten in de tas met oud papier doen, het maakt een wereld van verschil in hoe je de dag begint of eindigt.

Stap 3: beperk jezelf

Belangrijk is dat je niet te hard van stapel loopt: liever één klus helemaal dan drie voor de helft. Ook al is de verleiding, als je eenmaal lekker op stoom bent, vaak vrij groot om meteen maar alles overhoop te trekken. Voor je het weet verlies je het overzicht en er is niks frustrerender dan klussen die je niet in één opruimsessie af kunt maken. Die maken de rommel alleen maar groter door alle losse eindjes. Dus: pak bijvoorbeeld alleen de badkamer aan en niet ook meteen de linnenkast. Of alleen het bureau en niet ook nog je boekenplanken.

Nú doen: neem een mand of bak en verzamel alles wat in de woonkamer niet ligt waar het hoort. Breng het naar de juiste plek. Dus: het nagelschaartje van de eettafel naar het badkamerkastje en de rekeningen die betaald moeten worden naar de plek waar je je administratie doet.

Stap 4: ken jezelf (en je huisgenoten)

Wat zelfkennis is nooit weg als je gaat opruimen. Het belangrijkste is natuurlijk om te weten of je een bewaarder of een weggooier bent. Of iets daar tussenin, dat kan ook. Forceer jezelf niet. Bewaar je graag dingen voor ‘jeweetmaarnooit’, maak daar dan bewust ruimte voor. Bedenk ook voor je huisgenoten wat voor opruimtype ze zijn en realiseer je dat van een sloddervos een pietje precies maken van z’n leven niet gaat lukken. Die ontplofte puberkamers kun je over een paar jaar precies zo netjes maken en houden als je zelf wilt. Voor altijd. Nu is het meestal zonde van je tijd en energie. Erop staan dat het in de gemeenschappelijke ruimtes netjes blijft mag natuurlijk altijd.

Nú doen: De quote ‘nothing is really lost unitil mom can’t find it’ klopt niet! De volgende keer dat je gevraagd wordt waar iets is, kun je gewoon rustig antwoorden: ‘Waar je het gelaten hebt.’ Of, als je je nek erover breekt, gooi het in een bak in de gang, bijkeuken of schuur, kunnen ze daar kijken.

Stap 5: ontspul

Met minder spullen wordt het leven een stuk eenvoudiger omdat je dan ook minder op hoeft te ruimen. Zo simpel is het. Sinds de wederopbouw in de jaren vijftig zijn we gaan denken dat we met steeds meer spullen steeds gelukkiger zullen worden. Dat is een misvatting is. Spullen vragen aandacht en onderhoud. Kosten tijd en geld. Veroorzaken rommel en stress. Het staat allemaal in de weg van de ontspannen manier van leven die we tegelijkertijd nastreven. Een groeiende groep mensen verzamelt daarom ervaringen en herinneringen in plaats van dingen. Journalist en trendwatcher James Wallman schreef er een boeiend boek over Ontspullen, meer leven met minder (uitgeverij Kosmos, €20). Heel inspirerend.

Nú doen: je tijdens het opruimen bedenken of je iets nog wel echt wilt hebben. Of je het mee zou willen nemen als je morgen zou gaan verhuizen? Dat spuuglelijke vaasje of die monsterlijke kandelaar? Het mag heus weg. Net als bijvoorbeeld die complete jaargangen Linda’s en Allerhandes.

Lees ook: Eerste hulp in onrustige tijden

06-55330810 | Caroline@GriepRuimtOp.nl