We zijn geen holbewoners meer

 

 

 

Rommel hoort bij het leven en het probleem begon bij onze voorouders, de holbewoners. In die tijd moest je zoveel mogelijk eten en benodigdheden je grot inslepen om te zorgen dat je kon overleven. Dat was slim en verstandig. Anders zou je dood kunnen gaan. De tijden zijn echter veranderd.

Bedolven onder je spullen

Er is een hoop vooruitgang geboekt sinds het stenen tijdperk en eten en spullen zijn nu overal te krijgen. Toch zit er in ons hoofd nog altijd een stemmetje dat ons vertelt dat we alles moeten bewaren omdat we het ‘nog eens nodig’ zouden kunnen hebben.

Dat is dus niet waar!  Het risico is nu vooral dat we bedolven raken onder onze spullen en dat ze ons verstikken. Terwijl we ze vaak helemaal niet meer nodig hebben.

Even terzijde: onze spullen zijn sinds de oertijd ook behoorlijk veranderd. In die tijd was alles afbreekbaar en het verdween soms zó snel dat een opeenstapeling van rommel veel minder een issue was. Onze spullen nu overleven ons echter, die gaan niet vanzelf weg.

Daarnaast leven we in een heftige consumptiemaatschappij. Het is dus behoorlijk lastig om niet vast te lopen in een zekere mate van rommel, want we zijn allemaal veel beter in kopen dan in niet-kopen. De Amerikaanse journalist en trendwatcher schreef er het boeiende boek Ontspullen over, een combinatie van psychologische inzichten, voorbeelden en bruikbare tips. Zijn inspirerende uitweg: verzamel herinneringen en ervaringen in plaats van spullen.

Ruimte voor iets nieuws

Het geheim van omgaan met rommel en het niet je leven laten beheersen is dat je je realiseert 1) dat je niet alles nodig hebt (je bent geen holbewoner meer), en 2) dat minder spullen je in staat stellen om tot bloei en ‘in je kracht’ te komen (ja, ik weet het, dit is Amerikaans spiritueel) Het gaat niet alleen om loslaten, maar ook om het besef dat je veel meer ruimte om te leven krijgt.

Een andere inspiratiebron is Karen Kingston, die o.a. Weg met de warboel schreef. Zij geeft bijvoorbeeld een totaal andere kijk op het verzamelen van boeken. Natuurlijk zijn boeken een grote hulpbron, maar we hebben allemaal de neiging om er meer te bewaren dan we nodig hebben, soms zelfs op een krampachtige manier. En dan kunnen ze in de weg gaan zitten, omdat we ons niet realiseren dat boeken een verzameling van herinneringen en oude gedachten zijn. Kingston zegt: ‘Vasthouden aan oude boeken belet je om nieuwe ideeën en manieren van denken in je leven toe te laten.’

Laat het stromen

Je kunt nog verdergaan: vasthouden aan alles wat je niet meer gebruikt of wat geen rol meer speelt in je huis belemmert je om ruimte te creëren voor iets nieuws in je leven, of het nu gaat om dingen, banen, mensen of kansen. Ook als we nieuwe dingen binnenlaten, moeten we oude loslaten. Op die manier ontstaat er een vitale flow in ons leven.

10 procent leeg

Het geheim van opruimen is het bedenken van een aangenaam en efficiënt opbergsysteem voor al je bezittingen (kleren, schoenen, boeken, keukenspullen, etc) en ervoor te zorgen dat deze plekken nooit helemaal vol zitten. Probeer altijd tien procent van je kasten leeg te houden: dat is de ruimte voor nieuwe dingen in je leven.

Dat betekent dat je, afhankelijk van welk type ‘hamster’ je bent, regelmatig een rondje door je kasten en huis zult moeten maken. Een ‘outbox’ is daarbij een goed idee, daar kun je de dingen in doen die je van plan bent ‘los te laten’.

Tweede generatie opruimen

De outbox is je bondgenoot tijdens het opruimen. Het werkt omdat het gebruik ervan twee fases kent: het stelt je in staat om je van iets af te vragen of je het nog nodig hebt zonder dat je meteen hoeft te beslissen wat je er mee moet doen.

De meeste organizers zullen je vertellen dat je je spullen moet sorteren en dingen meteen weg moet doen. Dit is de ‘eerste-generatie-opruimen’-benadering. Het focust zich op rommel die onmiddellijk het huis moet verlaten. Daar is niks mis mee, maar de moeilijkheid met deze aanpak is dat er geen rekening gehouden wordt met het feit dat er vaak sprake is van twee problemen: sorteren én loslaten. Angst om los te laten is meestal het grootste struikelblok.

Als mensen geconfronteerd worden met de twee angstveroorzakende opruimbeslissingen – waar moet iets heen (waarde voor de wereld) en of je er afscheid van kunt nemen (waarde voor jou) – hebben ze meestal de neiging om zich er uit gewoonte aan vast te klampen. Tweede-generatie-opruimen scheidt deze twee beslissingen. In de eerste plaats gaat het om ‘scheiden’ en pas later om waar de spullen heen kunnen.

Het Outbox Principe

Om het Outbox Principe toe te passen kies je een ruimte die geen deel uitmaakt van je dagelijkse bezigheden, zodat het niet erg is dat het er tijdelijk rommelig is. Een kast of de logeerkamer zijn heel geschikt, maar het kan ook een hoekje naast de voordeur zijn. Dit is je ‘outbox’. De outbox is geen afval, het hoeft zelfs niet eens een echte doos te zijn. Het is een plek waar spullen wachten tot er over hun lot besloten is. Je hoeft nooit bang te zijn om iets in de ‘outbox’ te doen.

Als iets een tijdje in de outbox zit, verliest het zijn grip op je en wordt het een gewoon voorwerp, waarover je makkelijker een beslissing kunt nemen. Het klinkt simpel, en dat is het ook, maar het werkt écht goed als je je huis op een efficiënte manier op orde wilt houden.

De regels

  • 1. Alles kan in de outbox.
  • 2. De outbox mag rommelig zijn.
  • 3. Alles moet minstens een week in de outbox blijven
  • 4. Na die tijd heb je verschillende opties:
  • a. Je haalt alles er weer uit
  • b. Je laat iets er nog een week in zitten omdat je nog geen besluit genomen hebt.
  • c. Je gooit het weg, geeft het weg of brengt het naar de kringloopwinkel.

Als je eenmaal aan dit principe gewend bent, wordt het steeds makkelijker.

* dit is een vertaling van een artikel op een van mijn favoriete Amerikaanse sites, Appartment Therapy: The Eight-Step Home Cure.

Je aanmelden voor mijn nieuwsbrief?  Klik hier

 

06-55330810 | Caroline@GriepRuimtOp.nl